Laboratorium- onderzoek

Uw laboratoriumonderzoek

Het laboratoriumonderzoek bestaat uit onderzoek van bloed, urine, en ontlasting en geeft naast de Total Bodyscan belangrijke informatie over uw gezondheidssituatie. Zo krijgt u een beeld van het functioneren van uw organen, zoals nieren, schildklier en lever, eventuele risicofactoren op hart- en vaatziekten (zoals een te hoog glucose en/of vetwaarden) en de kans op bepaalde specifieke vormen van kanker (zoals darmkanker en prostaatkanker). Daarnaast wordt gekeken naar de totale samenstelling van uw bloed, ofwel het bloedbeeld. (Op indicatie/ aanvraag kunnen extra bloedwaarden onderzocht worden.) 

Het laboratoriumonderzoek is voor iedereen bedoeld die inzicht wil krijgen in de bloedwaarden, het  functioneren van de organen en eventuele risicofactoren op hart- en vaatziekten en de kans op bepaalde specifieke vormen van kanker.

Voorbereiding

Het bloed wordt afgenomen in de kliniek, urine hoeft u niet mee te nemen. In de kliniek ontvangt u een buisje voor dit onderzoek. Ontlasting verzamelt u thuis en neemt u mee naar de kliniek in het daarvoor geleverde buisje. Bij het Premium programma ontvangt u geen buisje voor de ontlasting.

Voor een goede bepaling van glucose (suiker) en trygliceriden (vetwaarde), dient u zoveel mogelijk nuchter te zijn. Het is de bedoeling dat de bloedafname onder de meest optimale omstandigheden plaatsvindt, daarom adviseren wij onderstaande instructies op te volgen.

Voedingsadvies 

Voor alcohol geldt dat één (1) of twee (2) glazen tijdens de avond voorafgaand aan het onderzoek geen probleem is. Een grotere hoeveelheid alcohol zorgt echter voor verhoogde leverwaarden in het bloed. Hierdoor kan het bloedonderzoek niet representatief zijn. Het meest wenselijk is vierentwintig (24) uur voor het onderzoek helemaal geen alcohol te nuttigen! 

Op de dag vóór het onderzoek mag u beslist geen vettige maaltijden gebruiken. Afhankelijk van het  tijdstip van uw afspraak dient u het volgende advies op te volgen. 

Heeft u uw afspraak vóór 12 uur ’s middags, dan komt u nuchter:
In dit geval mag de laatste maaltijd ’s avonds nog tot 21.00 uur genuttigd worden. Deze maaltijd dient ook al lichter dan normaal te zijn. Daarna kunt u het beste alleen water en thee zonder suiker en melk gebruiken voor een optimale bepaling van de bloedwaarden. 

Heeft u uw afspraak na 12 uur ’s middags, dan mag u minimaal ontbijten:
Het is toegestaan eventueel een ‘licht ontbijt’ volgens onderstaand voedingsadvies te nuttigen, maar tussen het ontbijt en de afspraak moet minimaal 4 uur tijdsverschil zitten.

Enige voorbeelden van een licht ontbijt zijn:

  • 1 witte boterham met magere vleeswaren (rookvlees, kip/kalkoen)
  • 5 eetlepels muesli met magere melk of magere yoghurt.
  • 1 knäckebröd met jam (light) en 1 glaasje magere melk of karnemelk.
  • 1 appel of sinaasappel of een glaasje sap.

    Daarnaast kunt u gerust water en thee (zonder suiker) blijven drinken.

NB: Bij dit lichte ontbijt zijn niet toegestaan: boter, margarine (ook geen Becel), ei, spek, vette vis of restjes van vorige maaltijden. Het drinken van veel koffie wordt afgeraden, omdat koffie de hartactie beïnvloedt. Eén kopje koffie zonder iets erin is wel toegestaan.

PSA-waarde

Voor mannen geldt dat zij in verband met de bepaling van de PSA-waarde (het Prostaat Specifieke Antigeen)  uit het bloed, vier (4) dagen voorafgaand aan het bloedonderzoek niet mogen fietsen.

 

Uitslag

De uitslag van het laboratoriumonderzoek krijgt u niet direct mee, omdat enkele testen meer tijd vragen. Aangezien de uitslagen daarnaast ook nog gevalideerd moeten worden door de laboratoriumartsen, ontvangt u binnen tien (10) werkdagen een rapport met daarin de waarden en adviezen. De uitslag van het rapport leest vrij gemakkelijk. U ziet de bij u gemeten waarden in vergelijk met normaalwaarden. Aan het einde van het rapport vindt u voor u specifieke conclusies en aanbevelingen. Het kan voorkomen dat bepaalde waarden afwijken t.o.v. de normaalwaarden. Hier kunnen meerdere redenen voor zijn. Een afwijkende waarde betekent lang niet altijd iets ernstigs. Een tweede controle en/of overleg met uw huisarts kan hierbij raadzaam zijn en wordt vaak geadviseerd.

Bij onduidelijkheden over uw laboratoriumuitslagen verzoeken wij u contact op te nemen met het laboratorium dat uw waarden heeft bepaald. Dit kunnen zijn: 

Labor Nord-West

Bereikbaar per mail via prescan@labor-nordwest.de of per telefoon: 0049 5923 988 7333 (Neder- landstalig). Het laboratorium is speciaal voor Prescan-cliënten bereikbaar ‘s maandags van  16:00 - 18:00 uur, dinsdags van 11:00 - 13:00 uur en donderdags van 9:00 - 11:00 uur.

U-Diagnostics

Bereikbaar per mail via prescan@u-diagnostics.nl of per telefoon: (030)  77 402 34.  Het laboratorium is speciaal voor Prescan-cliënten bereikbaar dinsdags van 13:00 - 14:00 uur en donderdags van  10:00 - 12:00 uur.

Voor verdere vragen kunt u altijd terecht bij onze onderzoekscoördinatoren. In verband met de Wet Bescherming Persoonsgegevens verstrekken wij nooit informatie aan derden (zoals artsen, zieken- huizen en privéklinieken). Hier moet u altijd zelf voor zorgen.

Uitleg laboratoriumwaarden

  • GGT (Gamma GT) & Alkalische fosfaten

    Deze test meet de hoeveelheid GGT (gamma glutamyl transpeptidase) in bloed. Normaal is de concentratie van GGT in het bloed erg laag, maar bij zware belasting van de lever kan de hoeveelheid behoorlijk stijgen. Dit gebeurt als de lever in korte tijd veel  stoffen krijgt aangevoerd om te verwerken, bijvoorbeeld bij (extreem) gebruik van geneesmiddelen of alcohol. Ook wanneer de galwegen geblokkeerd zijn, bij galblaasproblemen, of als gevolg van leverschade, zal de GGT stijgen. 

  • Ferritine

    Deze test meet de hoeveelheid ferritine in bloed.  Ferritine is een eiwit dat vooral in de lever en in het beenmerg aanwezig is en dat wordt gebruikt om ijzer op te slaan. Een kleine hoeveelheid ferritine zit echter ook in het bloed. De hoeveelheid ferritine in bloed is een maat voor de hoeveelheid ferritine (en dus de hoeveelheid ijzer) in de lever en het beenmerg.

  • Cholesterol (totaal)

    Risicomarker voor het krijgen van hart- en vaatziekten. Deze test meet de totale hoeveelheid cholesterol in het bloed.

  • HDL

    Risicomarker voor het krijgen van hart- en vaatziekten. Het HDL is het goede cholesterol; referentiewaarden bij vrouwen >1,0 en bij mannen >0,9. 

  • LDL

    Risicomarker voor het krijgen van hart- en vaatziekten. Het foute cholesterol; mag niet hoger zijn dan 4.

  • Triglyceriden

    Deze test meet de hoeveelheid triglyceriden in bloed. Triglyceriden zijn de vetvoorraad in het  lichaam en zijn meestal opgeslagen in vetweefsel. De waarde kan een risicomarker zijn voor het  krijgen van hart- en vaatziekten.

  • Kreatinine

    Deze test meet de afvalstof die ontstaat bij de  afbraak van kreatinine in de spieren. Kreatinine  wordt uit het bloed gehaald door de nieren. De bloedspiegels van kreatinine zijn daardoor een goede maat voor het bepalen van de nierfunctie.

  • Glucose

    Deze test meet de bloedsuiker om te controleren of de hoeveelheid glucose in het bloed binnen de toegestane grenzen ligt. Het dient als test om te kijken of de bloedsuikerspiegel in orde is. Een afwijking zou een indicatie voor ‘suikerziekte’ kunnen zijn.

  • Urinezuur

    Deze test meet mogelijke gewrichtsontstekingen zoals jicht. Tevens kan deze waarde afwijkend zijn bij de verdenking op aangeboren stofwisselings- ziekten of bloedcelkanker (leukemie). 

  • Groot bloedbeeld

    Deze test meet de algemene gezondheid van een patiënt en om te controleren op een aantal  specifieke aandoeningen waaronder bloedarmoede, infecties en acute of chronische ontstekingen. 

  • PSA

    Deze test meet de hoeveelheid Prostaat Specifiek Antigeen (PSA) in het bloed. Als het PSA in het bloed verhoogd is, kan dit wijzen op prostaatkanker, maar dat hoeft niet zo te zijn. Het PSA is name- lijk ook verhoogd bij een ontsteking van de prostaat (prostatitis) en bij goedaardige aandoening van de prostaat (benigne prostaat hypertrofie, BPH). BPH betekent dat het prostaatweefsel actiever is dan  normaal, maar dat er geen sprake is van kanker.

  • TSH

    Deze test meet de hoeveelheid thyroïd stimulerend hormoon (TSH) in het bloed. TSH wordt gemaakt in de hypofyse, een belangrijke hormoonprodu- cerende klier in de hersenen en geeft een duidelijk beeld over de schildklierfunctie. 

  • HbA1c

    Deze test meet de gemiddelde bloedsuikerwaarde over een periode van ongeveer drie maanden. HbA1c biedt een betrouwbaarder bloed glucosebeeld dan een glucosemeting, omdat het gehalte niet wordt beïnvloed door actuele veranderingen in dieet of medicatie.

  • Vitamine D

    Deze test meet de hoeveelheid vitamine D in uw bloed om de oorzaak op te sporen van botproblemen,  bij schildklieraandoeningen, onbegrepen spierzwakte of om een tekort aan vitamine D vast te stellen.

  • CRP

    Deze test meet de hoeveelheid C-reactief proteïne (CRP) in bloed. CRP is een eiwit dat gemaakt wordt in de lever. Na het ontstaan van een ontsteking neemt de hoeveelheid CRP in het bloed binnen 6-8 uur uren flink toe. Daardoor is de bepaling van CRP waardevol bij het vaststellen van ontstekingen of om het effect van een medische behandeling (bijvoorbeeld ontstekingsremmer) te volgen. De toename van CRP in bloed is vaak al meetbaar voordat  klinische symptomen van een ontsteking (pijn, koorts) merkbaar zijn

  • Homocysteïne

    Deze test meet de hoeveelheid homocysteïne in het bloed. Een verhoogd homocysteïne kan een ricsicomarker zijn voor het krijgen van hart-en vaatziekten. Het geeft aan of er een gebrek is aan foliumzuur, vitamine B12 of vit B6. Een te hoog gehalte aan  homocysteïne is vaak geassocieerd met atherosclerose, oftewel aderverkalking.

  • Urine-onderzoek

    Deze test bevat een screening van de urinewegen, blaasontsteking, suikerziekte of problemen met de stofwisseling. 

  • Occult (bloed )ontlastingstest

    Deze test toont aan of er in de ontlasting spoortjes bloed aanwezig zijn die met het oog niet zichtbaar zijn. (‘occult’ betekent onzichtbaar). Normaal zit er geen bloed in de ontlasting, maar afwijkingen in de maag- of darmwand zoals zweertjes, uitstulpingen, poliepen, ontstekingen, aambeien of tumoren kunnen bloedingen veroorzaken. In feite kan alles wat uitsteekt in de darmwand gaan bloeden door passerende ontlasting. Soms is dit een eerste teken van de ontwikkeling van tumor in de dikke darm.

Op deze pagina

    Hulp nodig?

    Stuur een WhatsApp
    074 - 255 9 255

    Stel een vraag