Wat is leververvetting?
Leververvetting, ook wel hepatische steatose genoemd, ontstaat wanneer zich meer dan een normale hoeveelheid vet ophoopt in de levercellen. In een gezonde situatie bevat de lever slechts een kleine hoeveelheid vet. Wanneer dit vetgehalte toeneemt, kan de leverfunctie geleidelijk worden beïnvloed.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
- Alcoholgerelateerde leververvetting
- Niet-alcoholgerelateerde leververvetting (NAFLD)
De niet-alcoholgerelateerde vorm komt het meest voor en is vaak gerelateerd aan metabole factoren zoals insulineresistentie, visceraal vet en verstoringen in de vetstofwisseling.
Waarom is leververvetting belangrijk voor de gezondheid?
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat leververvetting samenhangt met een verhoogd risico op metabole aandoeningen, waaronder diabetes type 2, hart- en vaatziekten en het metabool syndroom. Bij een deel van de mensen kan eenvoudige leververvetting overgaan in leverontsteking (NASH), fibrose en uiteindelijk levercirrose.
De lever speelt een centrale rol in de regulatie van de glucose- en vetstofwisseling. Veranderingen in de lever kunnen daarom invloed hebben op het totale metabole profiel, ook wanneer andere gezondheidsparameters, zoals gewicht of standaard bloedwaarden, ogenschijnlijk normaal zijn.
Waarom blijft leververvetting vaak onopgemerkt?
Een belangrijk kenmerk van leververvetting is dat het vaak lange tijd geen duidelijke klachten veroorzaakt. Veel mensen ervaren geen pijn of specifieke symptomen, terwijl de vetophoping in de lever geleidelijk toeneemt.
Hierdoor blijft leververvetting regelmatig onopgemerkt en wordt het soms pas ontdekt bij toevalsbevindingen of wanneer er al verdere metabole veranderingen zijn opgetreden. Zonder gerichte meting is het lastig om de aanwezigheid en mate van levervet betrouwbaar vast te stellen.
De relatie tussen leververvetting en visceraal vet
Leververvetting is sterk verbonden met de hoeveelheid visceraal vet. Visceraal vet scheidt vetzuren en ontstekingsstoffen af die via de poortader rechtstreeks naar de lever worden getransporteerd. Dit kan bijdragen aan vetophoping in de lever, zelfs bij mensen met een normaal gewicht.
Deze samenhang benadrukt dat het beoordelen van vetverdeling klinisch relevanter kan zijn dan het kijken naar gewicht of BMI alleen.
Waarom leververvetting meten?
Het meten van levervet biedt aanvullende informatie over de metabole gezondheid, naast algemene maten zoals gewicht, BMI en bloedwaarden. Door leververvetting afzonderlijk in kaart te brengen, ontstaat een completer beeld van de stofwisselingsstatus. Daarnaast kan het meten van levervet inzicht geven in veranderingen over tijd, bijvoorbeeld bij leefstijlveranderingen. Leververvetting is bovendien sterk gerelateerd aan visceraal vet, waardoor het combineren van deze metingen helpt om onderliggende metabole risico’s beter te begrijpen.
Hoe wordt leververvetting gemeten?
Er bestaan verschillende methoden om leververvetting te beoordelen:
- Echografie: Wordt veel gebruikt, maar is minder gevoelig voor milde leververvetting en beperkt geschikt om de hoeveelheid levervet nauwkeurig te kwantificeren.
- Bloedonderzoek: Kan indirecte aanwijzingen geven, maar bloedwaarden zijn niet altijd afwijkend bij leververvetting en zeggen weinig over de ernst.
- Beeldvormende technieken: Zowel CT- als MRI-scans kunnen levervet zichtbaar maken en kwantificeren. CT maakt gebruik van ioniserende straling en wordt daarom vooral ingezet wanneer een scan om medische redenen al wordt uitgevoerd.
MRI wordt internationaal gezien als een geschikte methode voor het meten van leververvetting, omdat deze techniek gedetailleerd inzicht biedt zonder gebruik van ioniserende straling en geschikt is voor herhaalde metingen.
Leververvetting binnen lichaamssamenstelling en metabole gezondheid
Inzicht in levervet krijgt extra betekenis wanneer het wordt geplaatst binnen de bredere context van lichaamssamenstelling. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de totale hoeveelheid vet, maar ook naar de verdeling van vet en spierweefsel en de relatie met andere metabole factoren. Deze samenhangende beoordeling helpt om metabole risico’s beter te duiden, ook bij mensen bij wie gewicht of BMI op zichzelf geen afwijkingen laten zien.
