De verdeling van buikvet zegt vaak meer over gezondheid dan gewicht alleen. Visceraal vet, ook wel orgaanvet genoemd, bevindt zich diep in de buikholte rond vitale organen en kan aanwezig zijn zonder dat het zichtbaar is aan de buitenkant.
Wat is visceraal vet?
Visceraal vet is vetweefsel dat zich rondom organen zoals de lever, darmen en alvleesklier bevindt. Dit type vet verschilt van onderhuids vet, dat direct onder de huid ligt en zichtbaar kan zijn als buikvet. Omdat visceraal vet zich dicht bij organen bevindt, heeft het invloed op processen zoals de stofwisseling, de hormoonhuishouding en ontstekingsreacties in het lichaam. Binnen onderzoek naar lichaamssamenstelling wordt visceraal vet daarom gezien als een belangrijke indicator voor metabole gezondheid.
Waarom is visceraal vet belangrijk voor de gezondheid
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat een verhoogde hoeveelheid visceraal vet samenhangt met een verhoogd risico op onder andere diabetes type 2, hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk en verstoringen in de vetstofwisseling. Visceraal vet is metabool actief en produceert stoffen die invloed hebben op insulinegevoeligheid en ontstekingsprocessen. Hierdoor kan iemand met een normaal gewicht of een ogenschijnlijk gezond vetpercentage toch een verhoogd gezondheidsrisico hebben, terwijl zichtbaar buikvet niet altijd hetzelfde risico hoeft te betekenen.
Waarom is visceraal vet niet zichtbaar?
Een kenmerk van visceraal vet is dat het zich niet aan de buitenkant van het lichaam bevindt. Iemand kan slank zijn en toch relatief veel orgaanvet hebben. Dit verklaart waarom visceraal vet soms wordt aangeduid als onzichtbaar buikvet. Zonder inzicht in de lichaamssamenstelling blijven verschillen in vetverdeling vaak onopgemerkt, terwijl deze wel relevant zijn voor de metabole gezondheid.
Waarom visceraal vet meten?
Het meten van visceraal vet biedt aanvullende informatie naast algemene maten zoals gewicht, BMI en vetpercentage. Door orgaanvet afzonderlijk te beoordelen, ontstaat een completer beeld van de lichaamssamenstelling en het metabole profiel. Het meten van visceraal vet kan ook inzicht geven in veranderingen over tijd, bijvoorbeeld bij leefstijlveranderingen. Daarnaast speelt de verdeling van vet een rol bij aandoeningen zoals leververvetting, waarbij het meten van levervet kan bijdragen aan beter begrip van de metabole status.
Hoe wordt visceraal vet en lichaamssamenstelling gemeten?
Er bestaan verschillende methoden om lichaamssamenstelling te meten. Bio elektrische impedantie analyse, zoals InBody of andere BIA metingen, geeft een globale schatting van vetmassa, spiermassa en vetpercentage, maar kan visceraal vet en orgaanvet niet direct onderscheiden. DEXA scans worden gebruikt om vetmassa en spiermassa te meten en bieden meer detail dan BIA, maar geven beperkte directe informatie over de verdeling van buikvet. Voor het nauwkeurig meten van visceraal vet worden beeldvormende technieken gebruikt. Zowel CT scans als MRI maken het mogelijk om vetweefsel rondom de buikorganen te visualiseren en te kwantificeren. CT wordt beschouwd als een valide methode, maar maakt gebruik van ioniserende straling en wordt daarom vooral ingezet wanneer een scan om medische redenen al wordt uitgevoerd. MRI wordt internationaal gezien als referentiemethode voor het meten van lichaamssamenstelling en visceraal vet, omdat deze techniek gedetailleerd inzicht biedt zonder gebruik van ioniserende straling en geschikt is voor preventieve metingen en herhaalde follow-up.
MRI Body Composition bij Prescan
Bij Prescan wordt visceraal vet gemeten als onderdeel van het MRI Body Composition onderzoek. Deze meting brengt de hoeveelheid en verdeling van buikvet in kaart, evenals spiermassa, spierkwaliteit en de aanwezigheid en mate van leververvetting. De MRI-beelden worden geanalyseerd met wetenschappelijk gevalideerde analysetools en samengevat in een overzichtelijk rapport dat inzicht geeft in de persoonlijke lichaamssamenstelling en het metabole profiel.